I&O Prinsjesdagpeiling: kiezers willen dat kabinet investeert

In deze Prinsjesdagpeiling (i.s.m. De Volkskrant) zien we groot draagvlak voor investeringen in het komende jaar. Daarnaast zijn de waarderingscijfers voor ministers Grapperhaus én De Jonge gedaald.
12 september 2020 | Peter Kanne | #ministers #politiek #verkiezingen

Waardering ministers: Rutte en Hoekstra gezamenlijk op 1

Aangezien het de laatste Prinsjesdag is van dit kabinet, is het te lezen als het eindrapport van deze ministersploeg. Van alle ministers worden Mark Rutte en Wopke Hoekstra het best beoordeeld (7,1). Hugo de Jonge wordt nu minder goed beoordeeld dan in mei. Door zijn rol in de coronacrisis steeg de waardering voor zijn optreden (van een 6,6 naar een 7,1), maar in september is dit gedaald naar een 6,5. De ministers Blok en Koolmees worden nu beter gewaardeerd dan de afgelopen jaren. De waardering voor minister Grapperhaus (die steeds rond een 6 lag) daalde – na zijn coronamisser bij zijn bruiloft – naar een 5,2, waarmee hij nu de laagst gewaardeerde minister is.  De helft van de Nederlanders (52%) vindt hem niet langer “geloofwaardig als minister van Justitie”.

Tekst loop door onder de figuur

Waardering lijsttrekkers: leiders coalitiepartijen best gewaardeerd

De waardering voor de andere lijsttrekkers is sinds mei weinig veranderd. Het is duidelijk dat Mark Rutte (7,1) als premier nog steeds de meeste waardering krijgt en ook de andere lijsttrekkers van de partijen die deelnemen aan het kabinet (De Jonge, Kaag en Segers) doen het beter dan de leiders van de oppositiepartijen. Van hen krijgt Asscher met een 5,8 het best lijken Marijnissen (5,6) en Klaver (5,5) langzaam iets te groeien. Hoewel zij gemiddeld nog steeds onvoldoendes scoren, is ook de waardering voor Baudet en Wilders iets toegenomen.

Tekst loopt door onder de figuur

Investeren in gezondheidszorg, woningbouw, armoedebestrijding, veiligheid en klimaat

Een substantiële minderheid van de Nederlanders (43%) wil dat het kabinet (veel) meer gaat investeren in 2021. Slechts klein deel wil bezuinigen (6 procent) en 46 procent  neemt een middenpositie in.

Opvallend genoeg zijn het niet alleen de kiezers van de linkse partijen die (fors) willen investeren, maar ook die van PVV (57% wil investeren, 7% bezuinigen) en FvD (60% en 10%). Wat weer eens illustreert dat de kiezers van de ‘rechts-populistische partijen’ sociaaleconomisch eerder links denken.  Kiezers van de SP denken er ongeveer hetzelfde over.

Tekst loopt door onder de figuur

Vindt u dat het kabinet in 2021 moet bezuinigingen of meer moet investeren? Of iets
daartussenin?” Naar huidige politieke voorkeur (n = 1.013)

Even zo verrassend is het dat ook kiezers van VVD en CDA akkoord gaan met een lossere financieringsmoraal, terwijl ze een niet strikte begrotingsdiscipline voorheen als een doodszonde zagen. Kiezers van VVD, CDA, D66, PvdA, GroenLinks houden er over dit discussiepunt nauwelijks andere opvattingen op na.

Kiezers noemen investeringen in de gezondheidszorg het vaakst (48%), gevolgd door woningbouw (27%), armoedebestrijding (26%), veiligheid en klimaat (beide 24%). Dat wijst erop dat de houding van kiezers door de coronacrisis niet volledig is verschoven: vorig jaar september bleek uit eigen onderzoek al dat een meerderheid extra investeringen in onder andere zorg, onderwijs, woningbouw en duurzaamheidsdoelen zou toejuichen.

Ontwikkelingssamenwerking vaakst genoemde bezuinigingspost

Vier op de tien Nederlanders vinden dat er bezuinigd moet worden op ontwikkelingssamenwerking, waarmee het de populairste bezuinigingspost is. Daarna volgen bezuinigingen op snelwegen (genoemd door 33 procent) en op kunst en cultuur (28%).

Verantwoording

I&O Research voerde dit landelijk representatieve onderzoek uit onder 2.053 Nederlanders van 18 jaar en ouder. Het onderzoek vond plaats van donderdag 3 tot maandag 7 september 2020.
Het grootste deel van de deelnemers (1.913) is afkomstig uit het I&O Research Panel. Daarnaast vulden 140 Nederlanders de vragenlijst in via het panel van PanelClix.

De onderzoeksresultaten zijn gewogen op geslacht, leeftijd, regio, opleidingsniveau en stemgedrag bij de Tweede Kamerverkiezingen in maart 2017. De weging is uitgevoerd conform de richtlijnen van de Gouden Standaard. Hiermee is de steekproef representatief voor de kiesgerechtigde Nederlandse inwoners (18+), voor wat betreft deze achtergrondkenmerken.

BWEBPR20

We vertellen u graag nog veel meer over Ipsos I&O.


Neem contact op

afbeelding

Peter Kanne

Senior onderzoeksadviseur

Willen weten...
Herkent u zich daarin? Schrijf u in voor onze nieuwsbrief

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.